Laatst sprak ik een ondernemer.
Succesvol, vol energie, stevig in zijn schoenen.
Nog geen vijf minuten in het gesprek had hij het al drie keer gezegd:
‘Ik ben zó trots op wat we hebben neergezet.’
‘Ik ben trots op mijn team.’
‘Ik ben trots op mezelf.’
Aan het eind van het uur stond de teller op tien.
Tien keer trots.
En eerlijk?
Ik voelde iets knagen. Niet omdat hij geen reden had om trots te zijn,
maar omdat het voelde als een pantser.
Alsof dat woord iets moest verbergen.
Trots als bescherming tegen iets dat dieper zit.

Ik ben me verder gaan verdiepen in het woord trots. Hoe komt het toch dat zo’n ervaren ondernemer zó vaak dit woord gebruikt? Wat wil hij eigenlijk duidelijk maken?

In de bewustzijnsschaal van David Hawkins staat trots op niveau 175, net boven woede, en nog ver onder moed, acceptatie en liefde. Deze schaal geeft alle mogelijke gevoelens aan die je als mens kunt hebben, ingedeeld naar frequenties. Elk level correspondeert met specifieke gedachten, gevoelens, emoties, overtuigingen en percepties. Hoe hoger het bewustzijnsniveau hoe meer kwaliteit van leven.

Trots hoort bij het ego: willen bewijzen, vergelijken, erkenning zoeken.
Het is energie die zegt: ‘Zie je wel dat ik ertoe doe?’
Maar onder dat bewijsdrang zit vaak iets anders: de angst om niet goed genoeg te zijn.

Veel ondernemers zijn groot geworden met die overtuiging.
Presteren is overleven.
Succes is bewijs.
En dus zeggen we: ‘Ik ben trots.’
Maar wat we vaak bedoelen is: ‘Ik hoop dat ik eindelijk genoeg ben.’

Toen ik het hem voorlegde, werd hij stil.
Na een paar seconden zei hij:
‘Misschien heb je gelijk. Trots is mijn manier om controle te houden.’
En daar zit de kern.
Trots wil vasthouden.
Dankbaarheid laat los.
Trots wil erkenning.
Dankbaarheid hééft haar al.

Trots is geen zwakte.
Het is een tussenstaat, de plek waar je beseft dat je iets hebt neergezet,
maar ook voelt dat het je niet meer voedt. Je wil graag naar de volgende staat.
De stap naar dankbaarheid vraagt moed.
Want die stap vraagt dat je durft te kijken naar wat er écht speelt, onder de glans van succes, de vermoeidheid, de twijfel, het ongemak dat je liever niet voelt. Pas als je de overtuiging durft aan te nemen dat je zelf de oorzaak bent van alles wat er in je leven gebeurt, kun je pas écht groeien.

Ben je trots omdat je iets wilt bewijzen,
of dankbaar omdat je iets mag betekenen?
De eerste vult je ego.
De tweede vult je hart.