Van 2 juni tot en met 9 juli 2025 heb ik de Camino Francés gelopen.
Meer dan 900 km heb ik gewandeld in deze periode. Een fysieke en mentale slijtageslag.
Op en af, diversiteit aan paden en veel hoogtemeters.
Veel mensen vragen wat mijn ervaringen zijn geweest.
Het is een optelsom van momenten, inzichten, scheuren en reparaties.
Het is een stille spiegel waarin ik mezelf opnieuw heb mogen leren kennen — zonder masker, zonder agenda.
Het klinkt soft maar is krachtiger dan ooit.
Ik zal onderstaand simpel en puur uitleggen hoe ik tegen deze 6 weken heb aangekeken.
Maar het begint meestal zo:
Hoe was je Camino?
Wel een mooi avontuur zeker.
Vertel eens in het kort hoe het je is bevallen?
Wat heeft het je gebracht?
Was het zoals je het vooraf verwachtte?
Dit soort vragen krijg je al zodra je weer thuis bent.
Niet te doen.
De Camino in het kort?
Vergeet het maar.
Er is geen kort.
Geen snelle samenvatting.
Dit is geen vakantie, geen hobbywandeling.
Het is een weg waarop je alles tegenkomt wat je thuis zo makkelijk wegstopt.
Alles wat je niet wilde voelen of toeliet, roept zich tijdens de Camino in stilte terug naar de oppervlakte.
Je loopt, dag na dag, stap na stap, met jezelf.
En je ontdekt hoe weinig je eigenlijk nodig hebt — en hoeveel ballast je jarenlang hebt meegesjouwd.
Ballast van spullen.
Van moeten.
Van loyaliteiten.
Van het idee dat je pas iets waard bent als je iets presteert, iets bezit, iets voorstelt.
Bullshit, zegt de Camino.
Het enige dat je echt nodig hebt is een rugzak, een paar onderbroeken en shirts en de bereidheid om het uit te houden met jezelf.
Kort maar krachtig.
De weg is genadeloos rauw, maar bloedeerlijk.
Hij confronteert je als je denkt dat je niet meer kunt en wilt opgeven,
maar laat je zien dat je dan pas begint.
Dat je lijf verder kan.
Dat je hoofd rustiger wordt.
Dat je hart zich opent.
Dat er altijd nog een soort van reservoir is — maar dat dit thuis nooit durft te openen.
Omdat je te druk bent met rennen, presteren, jezelf aanpassen.
Ik heb gezien hoe mensen veranderen.
Hoe ze ineens stoppen met toneelspelen.
Hoe ze huilen op een stoep.
Hoe stoere mannen breken.
Hoe vrouwen fluisteren dat ze even niet meer weten wie ze zijn.
Hoe een wildvreemde je hand vasthoudt — en je weet: dit is écht.
Het lijkt een andere, niet bestaande, wereld.
Maar het is echt.
En ja, ook ik.
Ik heb hier dingen laten liggen.
Oude wrok, spijt, gebrek aan waardering, dat eeuwige stemmetje:
“Je doet er niet toe, je moet nog harder je best doen. Blijven presteren”.
Ik heb mezelf een grens gegeven: tot hier, niet verder.
Ik wil niet meer alles voor iedereen.
Ik wil eerst goed zijn voor mezelf — pas dan kan ik iets dragen voor een ander.
Wat dit jou kan brengen?
Alles, als je het aandurft.
Het dwingt je stil te staan waar je normaal maar door blijft gaan.
Het nodigt je uit om niet weg te kijken als je spiegel kraakt.
Het vraagt je:
Waar ren je eigenlijk voor?
Waar vlucht je voor?
Wat wil je niet langer voelen?
Wat wil je loslaten?
En belangrijker: Wat wil je vasthouden als je straks weer thuis bent?
Want weet je — thuis wacht weer het circus.
De meetings, de agenda’s, al die mensen die iets van je willen.
De verleiding om alles weer te vullen met materialisme,
wegvluchten bij Netflix,
lege beloftes aan jezelf.
Maar je kunt dit meenemen:
Dat je niks nodig hebt behalve een paar goede schoenen en de moed om je hoofd leeg te maken.
Dat minder genoeg is.
Dat je mag vertragen.
Dat je mag huilen.
Dat je mag breken — en dat er dan niemand wegloopt.
Dat je niet perfect hoeft te zijn.
En dat je je daarvoor niet hoeft te schamen.
Nooit meer.
Wie je ook bent of wat je ook doet.
Hoe hoog je ook op de maatschappelijke ladder staat.
Hoe dik betaald je baan ook is.
Iedereen is hetzelfde.
En niemand kijkt weg.
Niemand zegt: “Doe eens normaal joh”.
Iedereen zegt: “Ik herken dat”.
En dan loop je samen gewoon weer verder.
En oh ja, er komt een moment dat je dit weer gaat vergeten.
Ook ik zal het vergeten, als ik niet oplet.
Dus schrijf ik dit op — voor mezelf, maar ook voor jou.
Opdat we onszelf eraan herinneren dat de mooiste dingen niets kosten.
Dat echt contact geen prijskaartje heeft.
Dat stilte goud waard is.
Dat je geen vol huis nodig hebt, maar een leeg hoofd.
Gun jezelf dat.
Of je nou een pad door Spanje loopt of gewoon een paar weken geen ja zegt tegen alles en iedereen.
Gun jezelf de vraag: Is dit het leven waarmee ik oud wil worden?
Want dat is wat de Camino echt zegt:
Je kunt opnieuw beginnen.
Altijd.
Ik help je.
Maar alleen als je stopt met vluchten.
En als je dan weer eens wankelt,
als het leven thuis je weer inhaalt — dan heb je iets achter de hand: het besef dat je genoeg bent.
Dat je er toe doet.
Dat je de lat gerust wat lager mag leggen.
Dat het verwachtingspatroon naar jezelf naar beneden mag worden bijgesteld.
Dat kwetsbaar en krachtig synoniemen zijn.
Dat je daarom ook krachtiger bent dan je dacht.
Dat je altijd nog een reservoir hebt.
En dat je niet alles hoeft vast te houden, sterker nog, sommige dingen mag je eindelijk neerleggen en snel vergeten.
De Camino eindigt niet.
Hij sluimert mee.
Hij fluistert op de dagen dat je weer jezelf vergeet:
Vertraag.
Wees zacht.
Blijf echt.
Wees kwetsbaar.
Blijf krachtig en moedig.
Dat is geen slot.
Dat is een afspraak.
Met mezelf.
Met jou.
Met iedereen die durf en moed toont door één keer voor zichzelf te kiezen.
Ik help je graag hierbij.